De bodem zorgvuldig in kaart gebracht
Voor we op en langs de Maaslijn aan het werk gaan, wordt de bodem op verschillende manieren onderzocht. Milieukundig en geotechnisch bodemonderzoek brengt bijvoorbeeld de bodemlagen, samenstelling en kwaliteit in kaart. Dat helpt om de werkzaamheden goed voor te bereiden.
Ook wordt het spoorgebied langs de Maaslijn onderzocht op mogelijke ontplofbare oorlogsresten. Op basis van historisch vooronderzoek en risicoanalyses wordt bepaald waar aanvullend veldonderzoek nodig is voordat de grondwerkzaamheden beginnen. Bij zo’n onderzoek wordt eerst een bovenlaag afgegraven die niet als verdacht is aangemerkt. Daarna controleert een opsporingsteam de grond laagsgewijs. Als er een object wordt gevonden, wordt dit voorzichtig benaderd en onderzocht. Wanneer het om munitie blijkt te gaan, wordt het werk onderbroken en de situatie beoordeeld. Een explosief wordt vervolgens veiliggesteld en overgedragen aan de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD).
Ook archeologisch onderzoek hoort bij de voorbereiding
De Maaslijn loopt door gebieden waar resten uit verschillende perioden in de geschiedenis kunnen liggen. Vooral plekken waar het landschap hoger ligt en water in de buurt is, waren vroeger aantrekkelijke locaties om te wonen. Daarom worden langs het tracé archeologische onderzoeken uitgevoerd, zoals bureaustudies, boringen en gravend onderzoek. Op verschillende locaties worden proefsleuven gegraven om vast te stellen wat er in de bodem aanwezig is.
Als er archeologische sporen of vondsten worden aangetroffen, kunnen die worden vastgelegd en onderzocht. Zo worden ze bewaard voor toekomstig onderzoek en voorkomen we waar mogelijk verrassingen tijdens de uitvoering.