Terug

Veldgraf uit WO2 gevonden tijdens werkzaamheden aan Maaslijn

28.10.2026

Tijdens werkzaamheden voor de Opwaardering Maaslijn heeft Den Ouden Bodac, in onze opdracht, in Venray een veldgraf uit de Tweede Wereldoorlog gevonden. In het graf lagen de resten van een Duitse militair en verschillende persoonlijke en militaire voorwerpen. De Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht (BIDKL) heeft de vondst geborgen voor verder onderzoek.

20261023 083421358 Ios

De vondst werd gedaan bij graafwerkzaamheden voor de aanleg van 10Kv stroomkabels. In het graf lagen onder meer een MP40-machinepistool, een Duitse helm voor parachutisten en een identificatieplaatje. Dat plaatje was zo vergaan dat niet meer te achterhalen is wat erop stond. De andere voorwerpen kunnen mogelijk wel aanwijzingen geven over de eenheid waartoe de militair behoorde.

Aan het einde van de oorlog vochten in deze regio onder meer Fallschirmjäger Regiment 21 en Kampfgruppe Walther. Of de militair bij een van deze eenheden hoorde, wordt nog onderzocht. De BIDKL heeft de stoffelijke resten en de voorwerpen geborgen. In een laboratorium in Soesterberg probeert de dienst meer te weten te komen over de militair, waaronder zijn eenheid en mogelijk zijn identiteit. De uitkomst van dat onderzoek is nog niet bekend.

Vondst1

De bodem zorgvuldig in kaart gebracht

Voor we op en langs de Maaslijn aan het werk gaan, wordt de bodem op verschillende manieren onderzocht. Milieukundig en geotechnisch bodemonderzoek brengt bijvoorbeeld de bodemlagen, samenstelling en kwaliteit in kaart. Dat helpt om de werkzaamheden goed voor te bereiden.

Ook wordt het spoorgebied langs de Maaslijn onderzocht op mogelijke ontplofbare oorlogsresten. Op basis van historisch vooronderzoek en risicoanalyses wordt bepaald waar aanvullend veldonderzoek nodig is voordat de grondwerkzaamheden beginnen. Bij zo’n onderzoek wordt eerst een bovenlaag afgegraven die niet als verdacht is aangemerkt. Daarna controleert een opsporingsteam de grond laagsgewijs. Als er een object wordt gevonden, wordt dit voorzichtig benaderd en onderzocht. Wanneer het om munitie blijkt te gaan, wordt het werk onderbroken en de situatie beoordeeld. Een explosief wordt vervolgens veiliggesteld en overgedragen aan de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD).

Ook archeologisch onderzoek hoort bij de voorbereiding

De Maaslijn loopt door gebieden waar resten uit verschillende perioden in de geschiedenis kunnen liggen. Vooral plekken waar het landschap hoger ligt en water in de buurt is, waren vroeger aantrekkelijke locaties om te wonen. Daarom worden langs het tracé archeologische onderzoeken uitgevoerd, zoals bureaustudies, boringen en gravend onderzoek. Op verschillende locaties worden proefsleuven gegraven om vast te stellen wat er in de bodem aanwezig is.

Als er archeologische sporen of vondsten worden aangetroffen, kunnen die worden vastgelegd en onderzocht. Zo worden ze bewaard voor toekomstig onderzoek en voorkomen we waar mogelijk verrassingen tijdens de uitvoering.

Een spoorlijn in een zwaarbevochten gebied

De Maaslijn was tijdens de Tweede Wereldoorlog van strategisch belang vanwege de verbinding tussen Nijmegen, Venlo en Roermond. De Duitse bezetter gebruikte de spoorlijn onder meer voor goederentransport, bevoorrading en het verplaatsen van materieel. Verzetsgroepen probeerden de spoorlijn met sabotageacties te ontregelen.

Langs en rond de spoorlijn vonden tijdens de oorlog verschillende gevechtshandelingen plaats. Naast luchtaanvallen waren er grondgevechten en artilleriebeschietingen. Ook het gebied waar het veldgraf is gevonden werd zwaar getroffen: op 16 oktober 1944 lag deze locatie zwaar onder vuur van geallieerd geschut. De vondst herinnert eraan dat de sporen van die gevechten nog altijd in de bodem aanwezig zijn.

Opwaardering Maaslijn

Vanaf 2024 tot 2028 werken wij aan de Maaslijn van de toekomst; de verduurzaming en verbetering van de spoorverbinding tussen Nijmegen en Roermond. Dit doen we door de Maaslijn te elektrificeren en delen van het spoor te verdubbelen. Swietelsky Rail Benelux voert het project uit in opdracht van ProRail, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland. Zo werken we samen aan de toekomst van duurzame mobiliteit. Dat vraagt niet alleen om een zorgvuldige voorbereiding van het werk, maar ook om aandacht voor de geschiedenis en de veiligheid van de omgeving.